Koerdische Schrijver Verliefd op Friesland

 

Kirsten van Santen

 

 

 

 

 

     De Turks-Koerdische auteur Ibrahim Sediyani verklaart in zijn boek “Frizya ve Günümüzde Frizler” (Friesland en de Tegenwoordige Friesen) de liefde aan Friesland.

     Ibrahim Sediyani, die sinds 1995 in Duitsland woont, krijgt geen genoeg van Friesland. Toen hij in 2001 zijn rijbewijs had gehaald, was het eerste wat hij deed: Noordwaarts rijden. Wanneer hij maar kan, is hij in Friesland te vinden, in het Nederlandse, Duitse of Deense daal. Vanuit Frankfurt am Main, waar hij tegenwoordig woont, vertelt hij over zijn passie. De Friezen. Want van deze noordelingen kan de Turkse overheid nog heel wat leren.

     In Turkije ise Sediyani een bekend auteur. Zijn boek over Friesland is zijn achtste werk – eerder schreef hij onder meer kinderboeken en werkte hij als journalist. “Ik ben een democratisch mens. In Turkse media kan ik niet meer werken.” Hij hoopt op enig moment in de Duitse media aan de slag te kunnen, maar tot die tijd volgt Sediyani zijn passies, zijn eigen interesses. En zo kwam hij, jaren geleden inmiddels, op Friesland uit.

     Hij las alles wat los en vast zat over de Friese taal en geschiedenis. Het trof hem dat er in het Turkse taalgebied nog nooit over de Friezen was gepubliceerd. “Van het bestaan van een etnisch volk, dat verdeeld over drie landen leeft, dat is in mijn land onbekend.” Sediyani schetst in zijn boek een beeld van de Friese geschiedenis. Van het zevende-eeuwse rijk Magna Frisia tot de Slag bij Warns, van prinses Thiadsvind en koning Redbad tot aan Grutte Pier. Trots: “Door mijn boek weten Turken nu wat Friesland is en waar die mooie koeien en prachtige paarden vandaan komen!”

     Waar komt die fascinatie vandaan? “Ik ben een Koerd. Daarom ben ik geïnteresseerd. Mijn volk leeft ook verdeeld, in ons geval verspreid over vier staten. Onze Koerdische moedertaal staat onder druk, ook wij hebben een eigen politieke partij en vechten voor het behoud van ons etnische en culturele erfgoed.”

     De Friese uitgangssituatie is wel een stuk gunstiger dan die van de Koerden. “Er is een provincie die zich gewoon ‘Friesland’ mag noemen. Die naam is bij jullie niet verboden. Jullie mogen je eigen taal spreken – sterker nog, het is de tweede rijkstaal! En op school wordt Fries onderwijs gegeven. Dat zou in Turkije, met het Koerdisch, ondenkbaar zijn.”

     “Taal is heilig”, zegt Sediyani keer op keer. “Taal is als je moeder. Daar moet je goed op passen. Ja toch? Na god komt de moeder, en dus je moedertaal. Zonder eigen taal is een volk verloren!” Hij heeft overigens zeker geen politiek boek willen schrijven, benadrukt de auteur. “Mijn werk is wetenschappelijk en historisch van aard.”

     Zijn er ook dingen die de Friezen van de Koerden kunnen leren? “Jazeker. Dat je de tradities van je voorouders niet moet verliezen. Dat je moedertaal je vlag, je paspoort is. En dat je je kinderen met je eigen cultuur moet voeden. Ook een Fries moet voor zijn volk werken, door zich steeds in te zetten voor de eigen cultuur.”

     LEEUWARDER COURANT

     28 APRIL 2020

 

156 Total Views 1 Views Today
Twitter'da Paylaş     Facebookta Paylaş

Bir cevap yazın

E-posta hesabınız yayımlanmayacak. Gerekli alanlar * ile işaretlenmişlerdir